IPMA D · Les 2: Projectoriëntatie | Proyecto Training
IPMA D · Les 2

Projectoriëntatie

Wat is een project — en wanneer kies je er bewust voor?

Waarom dit onderwerp ertoe doet

Projectoriëntatie is het fundament van alles wat daarna komt. Zonder een helder beeld van wat een project nu eigenlijk is — en wat het niet is — is het lastig om de andere competentie-elementen goed te plaatsen. Deze les geeft je die basis.

Na het doorwerken van deze module:

Weet je wat een project is en wat het onderscheidt van andere werkvormen
Begrijp je wanneer projectmatig werken wel — en wanneer juist niet — de beste keuze is
Ken je de kenmerken en voorwaarden waaraan een project moet voldoen
Weet je hoe faseren, beheersen en beslissen samenhangen

Wat is een project?

Volgens de ICB4 — de internationale competentiestandaard van IPMA — is een project:

Een unieke, tijdelijke, multidisciplinaire en georganiseerde onderneming om overeengekomen resultaten op te leveren, binnen vooraf gedefinieerde eisen en beperkingen.

Korter gezegd: een project is een tijdelijke organisatie die binnen afgesproken condities een vooraf bepaald resultaat oplevert. Twee sleutelwoorden verdienen extra aandacht:

Tijdelijk
Een project heeft een eigen organisatie met eigen rollen en verantwoordelijkheden. Er is een gedefinieerd begin én einde. Het project sluit af zodra het resultaat is opgeleverd — of zodra verdere uitvoering geen toegevoegde waarde meer heeft.
Georganiseerd
Het gaat niet om losse activiteiten. Er is een bewuste structuur met heldere afspraken over wie waarvoor verantwoordelijk is.

Waar projectmanagement vandaan komt

Projectmatig werken is van alle tijden. Denk aan de bouw van piramides, de Chinese muur, de Borobudur op Java — stuk voor stuk tijdelijke organisaties met een opdracht, een planning en mensen uit verschillende vakgebieden.

Het begrip 'project' zoals we dat nu kennen, ontstond pas in de jaren zestig, aanvankelijk vooral in de infrastructuur. In die tijd was projectmanagement grotendeels synoniem voor planning. In de jaren zeventig verschoof de aandacht naar het beheersen van de uitvoering, en in de jaren negentig naar een meer procesgerichte aanpak.

Tegenwoordig staan persoonlijke vaardigheden, leiderschap en communicatie minstens zo centraal als plannen en controleren. Projectmanagement is ook steeds vaker een zelfstandige functie — vroeger deed men het er simpelweg bij.


Wat houdt projectmanagement in?

De ICB4 omschrijft projectmanagement als:

Het geheel van alle leidinggevende taken die nodig zijn om het projectresultaat op te leveren — inclusief het plannen, organiseren, controleren en besturen van alle projectaspecten, en het motiveren van alle betrokkenen.
Onthoud dit onderscheid: De opdrachtgever is eindverantwoordelijk voor het project als geheel. De projectmanager is verantwoordelijk voor de dagelijkse uitvoering binnen de kaders die samen zijn afgesproken.

Wanneer kies je voor een projectaanpak?

Een lijnorganisatie is efficiënter voor routinematige, terugkerende werkzaamheden. Een project is effectiever voor eenmalige, complexe of veranderende situaties. Projectmatig werken maakt het mogelijk mensen en middelen uit verschillende afdelingen tijdelijk samen te brengen, zonder de hele lijnorganisatie te belasten.

Een projectaanpak is logisch als één of meer van de volgende situaties aan de orde zijn:

  • Het resultaat is eenmalig, binnen een specifieke context
  • De realisatie is complex of risicovol
  • Meerdere disciplines of afdelingen moeten samenwerken
  • De uitvoering overstijgt afdelingsgrenzen
  • Het eindresultaat is nog niet volledig uitgewerkt
  • De werkzaamheden passen niet in de reguliere organisatie
  • Er is intensieve managementaandacht nodig
De drie basiswerkvormen

Voor het uitvoeren van een taakstelling zijn er in de basis drie werkvormen. Let op: de grenzen zijn niet scherp — in de praktijk lopen ze in elkaar over. Binnen een project kunnen onderdelen routinematig of improviserend worden uitgevoerd, en andersom.

De drie basiswerkvormen Drie overlappende cirkels: Improvisatie (blauw), Planmatig werken (groen), Routine (oranje), met pijl toenemende voorspelbaarheid. Improvisatie Planmatig werken Routine • Vraaggericht • Ad Hoc • Flexibiliteit • Proces Aanpak • Resultaatgericht • Te voorzien • Effectiviteit • Planaanpak • Werkgericht • Continu • Efficiënt • Routine aanpak Toenemende voorspelbaarheid Van resultaat en weg

De drie basiswerkvormen — de grenzen zijn niet scherp en lopen in de praktijk in elkaar over


Kenmerken van een project

Vanuit de definitie en de redenen om projectmatig te werken zijn de volgende kenmerken te onderscheiden:

Tijdelijk
Er is een duidelijk begin en einde. Het project eindigt als het resultaat is opgeleverd.
Eigen organisatie
Specifieke rollen en verantwoordelijkheden, apart van de lijnorganisatie.
Multidisciplinair
Meerdere disciplines of afdelingen werken samen aan hetzelfde resultaat.
Vooraf gedefinieerd resultaat
Wat opgeleverd wordt, is van tevoren afgesproken — ook al worden details pas later helder.
Geleidelijke duidelijkheid
Details worden pas onderweg helder. Dat is een kenmerk, geen tekortkoming.
Uniek en eenmalig
Het resultaat is niet eerder op deze manier gerealiseerd.
Complex en risicovol
Er zijn onzekerheden die actieve beheersing vragen.

Noodzakelijke voorwaarden

Een project bestaat of het bestaat niet — er is niet zoiets als 'ongeveer een project'. Het starten van een project is een bewuste keuze van het lijnmanagement. Projecten kunnen niet eenzijdig worden opgestart: er moet wilsovereenstemming zijn tussen opdrachtgever én projectmanager.

  • Er is een formeel besluit genomen om er een project van te maken
  • Er is een helder doel én een beoogd resultaat (product en/of dienst)
  • Er is wilsovereenstemming tussen opdrachtgever en projectmanager
  • Het project is tijdelijk: er is een gedefinieerd begin en einde
  • Er is een projectorganisatie ingericht
  • Werkzaamheden en condities zijn vooraf gedefinieerd
Concreet: de opdrachtgever en de projectmanager zijn benoemd, de scope en aanpak zijn overeengekomen, en het is helder waarom het project wordt uitgevoerd — vóórdat de uitvoering begint.

Faseren, beheersen en beslissen

Projecten bevatten altijd nieuwe elementen die gaandeweg duidelijker worden. Dat brengt onzekerheid mee — en het beheersen van die onzekerheid is een kernactiviteit van de projectmanager.

Faseren

Elk project kent minimaal een projectdefinitiefase en één of meer uitvoeringsfasen. De voorbereidingsfase is cruciaal, maar maakt technisch gezien geen deel uit van het project zelf — pas als de projectopdracht is overeengekomen, begínt het project formeel.

Een project start zodra de opdrachtgever de start van de definitiefase autoriseert. De projectafsluiting vindt doorgaans plaats aan het einde van de laatste uitvoeringsfase — zelden als aparte fase.

Projectfasen met drie beslismomenten Vier fasen met beslismomenten bovenaan (Projectbeslissing, Uitvoeringsbeslissing, Afsluitingsbeslissing) en een Project-pijl onderaan. Projectbeslissing 'Decision to justify' Uitvoeringsbeslissing 'Decision to fund' Afsluitingsbeslissing Formuleren van de opdracht Uitwerken van de opdracht Uitvoeren van de opdracht Opleveren resultaat Projectstart Voorbereidingsfase Definitiefase Uitvoeringsfase(n) Project afsluiting Project

Projectfasen met beslismomenten — de definitiefase en uitvoeringsfase(n) vormen samen het formele project

Beheersen

De uitvoering van een project beheers je langs meerdere aspecten. Twee veelgebruikte indelingen zijn:

GOTIK (Projectmatig Werken)
5 beheersaspecten
Geld · Organisatie · Tijd · Informatie · Kwaliteit
PRINCE2
7 beheersaspecten
Tijd · Geld · Kwaliteit · Scope · Risico's · Duurzaamheid · Baten

In beide gevallen draait beheersen om de Plan-Do-Check-Act-cyclus (PDCA): stel een plan op, voer het uit, controleer de voortgang en neem waar nodig corrigerende maatregelen — en herhaal. De PDCA-cyclus werkt op elk niveau: op het project als geheel, op elk deelproject, én op elk werkpakket.

PDCA op drie projectniveaus Drie PDCA-cirkels op projectniveau (blauw), deelprojectniveau (paars) en werkpakketniveau (groen), diagonaal verbonden. Rechts een hiërarchie van Project, Deelprojecten en Werkpakketten. Plan Do Check Act Plan Do Check Act Plan Do Check Act Project Deelproject Deelproject Deelproject Werkpakket Werkpakket

PDCA werkt op elk niveau — project, deelproject én werkpakket hebben elk een eigen Plan-Do-Check-Act-cyclus

Planmatig werken betekent niet dat het plan in beton gegoten is. Een kenmerk van projecten is juist dat het resultaat gedurende de looptijd geleidelijk scherper wordt. Er moet ruimte zijn om bij te sturen — zonder de focus te verliezen.
Beslissen

Faseovergangen zijn de ideale momenten om stil te staan bij de voortgang: klopt het plan nog? Levert het project nog voldoende waarde op? Wat is de beste route voorwaarts?

Goede besluitvorming vraagt om het bewust loslaten van alternatieven. Te lang alle opties openhouden kost tijd, geld en focus. Anderzijds: te snel kiezen beperkt de handelingsvrijheid. Bepaal vooraf op welke momenten welke keuzes gemaakt worden.


De duivelsdriehoek — of beter: het ijzeren vierkant

Tijd, geld, kwaliteit en scope staan niet los van elkaar. Vergroot je de scope? Dan neemt ook de benodigde tijd of het budget toe — of de kwaliteit moet omlaag. Was dat niet zo, dan was het oorspronkelijke plan niet realistisch gecalculeerd.

Duivelsdriehoek vs. ijzeren vierkant: De klassieke driehoek (tijd – geld – kwaliteit) is uitgebreid met scope als vierde dimensie. In de praktijk is scope juist vaak de eerste knop waaraan gedraaid wordt — bewust of onbewust.
Duivelsdriehoek en IJzeren vierkant Links een blauwe driehoek (Kwaliteit, Tijd, Geld). Rechts een groen vierkant met vier elementen (Scope, Kwaliteit, Tijd, Geld) verbonden door kruisende rode pijlen. Kwaliteit Tijd Geld Duivelsdriehoek Scope Kwaliteit Tijd Geld IJzeren vierkant

Links: de klassieke duivelsdriehoek (tijd – geld – kwaliteit). Rechts: het ijzeren vierkant met scope als vierde dimensie en kruisende afhankelijkheden.


Projecten in de levenscyclus van een product

Elk product doorloopt een eigen levenscyclus: van eerste idee, via haalbaarheidsonderzoek en realisatie, naar gebruik, onderhoud en uiteindelijk afvoer. Elke transformatie in die cyclus kan projectmatig worden aangepakt.

Projecten zijn daarmee geen losstaande eilanden, maar ingebed in een bredere context van productontwikkeling en organisatieverandering.

Productlevenscyclus en Projectlevenscyclus Ladderdiagram met twee verticale blauwe balken en drie horizontale vlakken. Links accolade Productlevenscyclus, rechts accolade Projectlevenscyclus. idee studie opdracht specificeer ontwerp ontwikkel test implementeer gebruik realiseer “winst” sloop of vervang Product- levens- cyclus Project- levens- cyclus

De productlevenscyclus omvat alle fasen van idee tot sloop. De projectlevenscyclus beslaat het middelste deel: van specificeren tot implementeren.

Projecten op verschillende niveaus

Wat op het ene niveau een volledig project is, is vanuit een hoger perspectief misschien slechts een fase of werkpakket. Voor IPMA D kijk je naar een project altijd vanuit het perspectief van de opdrachtgever: van de goedkeuring van de projectopdracht tot en met de oplevering en de ontbinding van de projectorganisatie.

Projecten op verschillende niveaus Diagram met vier projectfasen onder Bedrijfs- of programmamanagement en Opdrachtgever/stuurgroep, met vier niveaupijlen voor opdrachtgever, architect, aanemer en onderaanemer. Bedrijfs- of programmamanagement Opdrachtgever / stuurgroep Voorbereidings- fase Definitiefase Ontwerpfase Realisatiefase Project vanuit oogpunt opdrachtgever Project architect Project aanemer Project onderaanemer Project vanuit oogpunt opdrachtgever Project architect Project aanemer Project onderaanemer

Elk niveau heeft zijn eigen projectscope — wat voor de opdrachtgever één project is, omvat meerdere projecten op lagere niveaus

Werken als leverancier? Als je gewend bent vanuit een leveranciersperspectief te werken, vraagt dit een bewuste omschakeling. Voor IPMA D redeneer je altijd vanuit de opdrachtgevende kant — ook als je in de praktijk vooral uitvoert.
Verantwoordelijkheden: wie doet wat?
Opdrachtgever
  • Eindverantwoordelijk voor het project
  • Zorgt dat het resultaat aansluit op het organisatiedoel
  • Autoriseert faseovergangen
  • Neemt beslissingen over voortgang en koers
Projectmanager
  • Verantwoordelijk voor dagelijkse aansturing
  • Levert het resultaat op tijd, binnen budget en op kwaliteit
  • Richt het project in en beheert het
  • Werkt binnen de kaders van de projectopdracht

Kennistoets

Test je kennis van de lesstof. Beantwoord de vragen per onderdeel en zie direct of je het goed hebt.

Proyecto Training & Coaching · IPMA D · Les 2: C2 Projectoriëntatie

Terug     -     Verder