IPMA-D · Les 4: Organisatietheorie | Proyecto Training
IPMA-D · Les 4

Organisatietheorie

Hoe de staande organisatie jouw project vormt — en andersom.

Waarom deze les?

Een project bestaat nooit in een vacuüm. Het wordt geïnitieerd vanuit een staande organisatie, maakt gebruik van haar mensen en middelen, en moet uiteindelijk een resultaat opleveren dat die organisatie verder helpt. De cultuur, structuur en spelregels van die organisatie bepalen dus in hoge mate hoe jouw project eruitziet — en hoe je het stuurt.

Als projectmanager moet je begrijpen met welk type organisatie je te maken hebt, hoe de gezagsrelaties liggen en welke structuurkeuzes er voor jouw project zijn gemaakt. Alleen dan kun je effectief opereren in die context.

  • Je begrijpt de relatie tussen project en staande organisatie door de hele projectlevenscyclus heen
  • Je kent het verschil tussen lijn-, staf- en hulpfuncties en weet wat dat betekent voor jouw positie
  • Je begrijpt de drie gezagsrelaties en hoe die zijn verdeeld in verschillende projectstructuren
  • Je kent de drie hoofdvormen van projectorganisatie en kunt hun voor- en nadelen benoemen
  • Je weet op welke niveaus de staande organisatie en het project raakvlakken hebben

Deel 1 — De staande organisatie

De term 'staande organisatie' komt van de gewoonte om organisaties verticaal te tekenen. De projectorganisatie wordt er horizontaal overheen gelegd — vandaar de naam. In de praktijk hoor je ook andere termen, elk met een eigen nuance:

Staande organisatie
De vaste, permanente basis waaruit projecten voortkomen
Moederorganisatie
De organisatie waar de projectteamleden vandaan komen
Lijnorganisatie
Het onderscheid met de horizontale projectaansturing
Permanente organisatie
Het contrast met de tijdelijkheid van het project
Klant-/leveranciersorganisatie
De specifieke rol van de betrokken organisatie ten opzichte van het project
De staande organisatie door de projectlevenscyclus

De invloed van de staande organisatie begint vóór het project en eindigt de oplevering. Per fase speelt ze een andere rol:

Fase Rol van de staande organisatie
Voorbereiding Verstrekt het projectmandaat; bepaalt eisen, doelen en rapportagestandaarden
Definitie & start Stelt bedrijfsstandaarden en -richtlijnen vast; stelt mensen en middelen beschikbaar
Uitvoering Bedrijfsmanagement ontvangt escalaties bij dreigende overschrijding van projecttoleranties
Oplevering Toetst of het resultaat voldoet aan de overeengekomen specificaties
Gebruiksfase Toetst of het projectresultaat ook de verwachte baten oplevert
Functies en rollen — wat is het verschil?

Ieder persoon in een organisatie heeft een functie — een vaste positie met een bijbehorende functiebeschrijving. Daarnaast kan diezelfde persoon ook één of meer rollen vervullen.

Functie
Permanent — hoort bij de staande organisatie. Vastgelegd in een functiebeschrijving. Iemand heeft altijd één functie.
Rol
Tijdelijk — kan worden toegewezen vanuit de lijn én vanuit een project of programma. Iemand kan meerdere rollen tegelijk vervullen.
Denk aan een senior developer (functie) die tegelijk de rol van projectlid én de rol van kwaliteitsreviewer vervult binnen een project. Na afloop van het project vallen de rollen weg — de functie blijft.
Verantwoordelijkheid en bevoegdheid

In de praktijk gaat het regelmatig mis: de verantwoordelijkheid wordt laag in de organisatie gelegd, maar de bijbehorende bevoegdheid niet mee gedelegeerd. Dat leidt tot frustratie en haperende besluitvorming.

Verantwoordelijkheid zonder bevoegdheid is zinloos. Bevoegdheid zonder verantwoordelijkheid is gevaarlijk. Zorg dat ze altijd samen gaan — en maak dat expliciet in jouw project.
Eindverantwoordelijkheid / aansprakelijkheid
Ultieme verantwoording voor acties en resultaten — niet delegeerbaar
Operationele verantwoordelijkheid
Dagelijkse uitvoering en rapportage — wel delegeerbaar
Lijn-, staf- en hulpfuncties

Binnen een organisatie zijn drie typen afdelingen te onderscheiden, elk met een andere bevoegdheid. Als projectmanager werk je met alle drie samen — en het maakt uit wie wát mag beslissen.

Staande organisatie: lijn-, staf- en hulpfuncties met span en depth of control

Figuur 2 — De staande organisatie: lijn-, staf- en hulpfuncties, span en depth of control

Span en depth of control: de span of control bepaalt het aantal medewerkers dat één manager direct kan aansturen (groot = platte organisatie). De depth of control bepaalt hoeveel managementlagen er zijn (groot = hiërarchische organisatie).
Het primaire proces

Het primaire proces is de kern van wat een organisatie doet: de activiteiten waarvoor ze bestaat en waaraan ze haar bestaansrecht ontleent.

Het procesdenken is afkomstig uit de industrie. Al sinds de jaren vijftig werkt men met processen en de werkwijze en procesindeling zijn inmiddels behoorlijk uitgekristalliseerd. De laatste 10 à 15 jaar is het procesdenken ook geïntroduceerd bij de overheid en andere profit en non-profit administratieve organisaties en dienstverlenende bedrijven. Het is inmiddels een algemeen geaccepteerd uitgangspunt dat er in elke organisatie drie hoofdsoorten processen zijn.

De drie hoofdsoorten processen: besturend, primair en ondersteunend Piramide met drie lagen in verschillende kleuren: bovenaan besturende processen (blauw), midden primaire processen (rood), onderaan ondersteunende processen (groen). I. Besturende processen Plannen · controleren · evalueren · bijsturen Strategisch · tactisch · operationeel Besturende processen II. Primaire processen De activiteiten waarvoor de organisatie bestaat Transformatie- en transactieprocessen Input Output Primaire processen III. Ondersteunende processen Mensen · middelen · informatie · faciliteiten · financiën Ondersteunende processen Definitie: INK en Europese gemeenschap
I. Besturende processen
Omvatten alle activiteiten betreffende het plannen, controleren, evalueren en bijsturen. Besturing vindt plaats op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Verbeterprocessen vallen hier ook onder.
II. Primaire processen
De samenhangende activiteiten om het product of de dienst te realiseren voor de klant. Er zijn twee typen:

Transformatieprocessen — brengen fysieke of logistieke veranderingen teweeg, zoals productie of transport. De organisatie zet inputs om in een tastbaar resultaat.
Transactieprocessen — regelen de ruil met de omgeving, zoals inkoop en verkoop. De organisatie wisselt waarde uit met haar omgeving.
III. Ondersteunende processen
Ondersteunen de primaire processen door de juiste mensen en middelen beschikbaar te stellen: informatie, faciliteiten (huisvesting) en financiën.
Als projectmanager is het belangrijk te weten wat het primaire proces is van de organisatie waarvoor je werkt. Jouw project mag dat proces niet onnodig verstoren — en het resultaat moet uiteindelijk aansluiten op wat de organisatie dagelijks doet.

Deel 2 — Drie gezagsrelaties

In de relatie tussen een medewerker en zijn leidinggevenden zijn altijd drie gezagsrelaties te onderscheiden. In een klassieke lijnorganisatie liggen die bij dezelfde persoon. In een projectomgeving liggen ze vaak verspreid over meerdere mensen — en dat vraagt om expliciete afstemming.

Operationele baas — de projectmanager
Bepaalt wát je doet en wanneer het af moet zijn. In een project is dit de projectmanager.
Functionele baas (vakbaas) — de lijnmanager of vakspecialist
Bepaalt hóé je het werk uitvoert: methoden, kwaliteitsnormen en professionele standaarden.
Hiërarchische baas (HR-baas) — de lijnmanager of HR
Verantwoordelijk voor jouw beoordeling, salaris en loopbaanontwikkeling.
De drie gezagsrelaties van een medewerker: operationele baas, functionele baas en HR-baas

Figuur 3 — De drie gezagsrelaties van een medewerker

In een lijnorganisatie liggen alle drie relaties bij dezelfde persoon. In een project zijn ze verspreid — en dat maakt expliciete afspraken over prioriteiten en capaciteit essentieel.

Deel 3 — Drie vormen van projectorganisatie

Op basis van hoe de drie gezagsrelaties zijn verdeeld, onderscheiden we drie hoofdvormen. In de praktijk zijn er ook tussenvormen en hybride varianten.

Vorm 1 — De projectmatrixstructuur

Dit is de meest gangbare structuur. De medewerker wordt functioneel en hiërarchisch aangestuurd door de lijnmanager, maar operationeel door de projectmanager. Er zijn in feite twee organisaties tegelijk actief.

Projectmatrixstructuur: projectmanager stuurt horizontaal door de afdelingen

Figuur 4 — Projectmatrixstructuur: de projectmanager stuurt horizontaal door de afdelingen

Voordelen
  • Benut individuele specialismen optimaal
  • Efficiënt gebruik van beschikbare capaciteit
  • Medewerkers uit de lijn bevorderen acceptatie van het eindresultaat
Nadelen
  • 'Twee-bazenproblemen' — wie heeft prioriteit?
  • Medewerkers werken vaak parttime in het project
  • Afdelingsbelangen kunnen het projectbelang overschaduwen
  • Complexe informatiestromen door dubbele aansturing
Tip: maak capaciteitsafspraken expliciet — op jaarbasis én per projectfase. Doe dat op managementniveau, niet alleen tussen jou en de medewerker. De stuurgroep speelt hierin een cruciale rol.
Vorm 2 — De autonome projectstructuur

Bij grote, risicovolle projecten waarbij meerdere organisaties betrokken zijn, wordt soms gekozen voor een volledig zelfstandige projectorganisatie. Alle drie de gezagsrelaties komen dan te liggen binnen het project zelf.

Voordelen
  • Heldere, enkelvoudige aansturing — geen twee-bazenproblemen
  • Medewerkers zijn fulltime beschikbaar
  • Sterk gevoel van teamidentiteit en loyaliteit
  • Eenvoudiger besluitvorming
Nadelen
  • Verlies van specialistische expertise uit de lijn
  • Inhuur van specialisten is kostbaar
  • Acceptatie van het resultaat door de moederorganisatie kan moeizaam zijn
  • Onzekerheid over terugkeer voor medewerkers na afloop
Vorm 3 — De projectcoördinatiestructuur

In deze opzet wordt het project feitelijk volledig in de lijn uitgevoerd. De 'projectmanager' is eigenlijk een coördinator zonder echte beslissingsbevoegdheid — alle gezagsrelaties liggen in de lijn.

Voordelen
  • Duidelijke rapportagelijnen langs bestaande structuren
  • Volle inzet van vakspecialisten vanuit de eigen afdeling
Nadelen
  • Niemand is eindverantwoordelijk — behalve op het allerhoogste niveau
  • Groot risico op suboptimalisatie per afdeling
  • Project is snel ondergeschikt aan afdelingsprioriteiten
  • Hoge belasting op bestaande communicatiekanalen
Projectcoördinatiestructuur: coördinator zonder formele bevoegdheid

Figuur 5 — Projectcoördinatiestructuur: de coördinator heeft geen formele beslissingsbevoegdheid

Variant — Project in de lijn

Een bijzondere variant waarbij één van de afdelingshoofden tegelijk projectmanager is. Hoofd B stuurt via stippellijnen zowel medewerkers uit andere afdelingen als zijn eigen medewerkers aan in hun projectrol.

Project in de lijn: Hoofd B is tevens projectmanager

Figuur 6 — Project in de lijn: Hoofd B is tevens projectmanager

Overzicht — Drie structuurvormen vergeleken
Matrixstructuur
Meest gangbaar
Gezagsrelaties: Gesplitst over lijn en project
Typisch bij: De meeste organisatieprojecten
Team: Vaak parttime beschikbaar
Risico: Twee-bazenproblemen
Autonome structuur
Volledig zelfstandig
Gezagsrelaties: Volledig in het project
Typisch bij: Grote, risicovolle projecten
Team: Fulltime beschikbaar
Risico: Isolement & baanzekerheid team
Coördinatiestructuur
Coördinatie zonder regie
Gezagsrelaties: Volledig in de lijn
Typisch bij: Kleine interne projecten
Team: Parttime, lijnprioriteit gaat voor
Risico: Suboptimalisatie & gebrek aan regie
Overzicht: wie is de baas per projectorganisatiestructuur

Figuur 7 — Verdeling van de drie gezagsrelaties per projectorganisatievorm


Deel 4 — Raakvlakken project en staande organisatie

Project en organisatie raken elkaar op drie niveaus. Als projectmanager moet je op elk niveau weten wat er verwacht wordt — en wie waarvoor verantwoordelijk is.

STRATEGISCH Context: structuur, standaarden, rapportage, kosten/baten Directie & programmamanagement TACTISCH Business case en projectopdracht: wat heeft het project nodig? Opdrachtgever OPERATIONEEL Eisen, acceptatiecriteria, beheerorganisatie — gebruikers & projectmanager

Figuur 8 — Drie niveaus van raakvlak tussen project en staande organisatie

Waar het vaak misgaat: projecten leveren prima op wat is afgesproken — maar de organisatie is niet klaar om het te ontvangen. De operationele voorbereiding aan de ontvangende kant is minstens even belangrijk als de technische oplevering.

Kennistoets

Test je kennis van de lesstof. Beantwoord de vragen per onderdeel en zie direct of je het goed hebt.

Proyecto Training & Coaching  ·  IPMA-D  ·  Les 4: Organisatietheorie

Terug     -     Verder